Tuin

Domusdela

Het kloostercomplex Mariënhage in het centrum van Eindhoven krijgt een nieuwe functie. Waar eerst de paters van de Orde der Augustijnen woonden, verschijnen een congresruimte, ceremoniehuis, hotel en restaurant. Hoewel de religieuze functie verdwijnt, blijft Mariënhage een plek voor ontmoeting, verbinding en verdieping. “Dat veel mensen niet meer naar de kerk gaan, betekent niet dat ze minder spiritueel zijn. Hier kunnen we hen straks een plek bieden om te rouwen en trouwen, met de uitstraling van de kerk als icoon”, aldus uitvaartcoöperatie DELA, de ontwikkelaar en naamgever van het project.

Bijzonder is dat DELAmondo een groene, multifunctionele schakel wordt in het stedelijk weefsel van Eindhoven. Het is de oudste plek in de stad, maar ontoegankelijk voor publiek. Door het kloostercomplex inclusief de tuin aan de Dommel open te stellen, krijgt de verborgen parel weer betekenis voor de Eindhovenaren. De rijksmonumenten worden gerestaureerd met behoud van de cultuurhistorische waarden door En|En architecten en diederendirrix architecten. Buro Lubbers heeft het inrichtingsplan voor de openbare ruimte opgesteld: sober, stil en sereen.

Daktuin Anton en Gerard

Strijp S, een voormalig Philips-industrieterrein, is getransformeerd tot een hoogstedelijk milieu voor wonen, werken en recreatie. De typische orthogonale structuur is behouden evenals een aantal beeldbepalende industriële gebouwen, zoals Anton en Gerard. Het masterplan (West 8) voor Strijp S beoogt een lommerrijk stadsdeel met groene assen. In aansluiting hierop heeft Buro Lubbers een strategie ontwikkeld voor het creëren van een opgetild groen stadslandschap. Onbenutte ruimten op daken worden ingericht als groene verblijfs- en gebruiksplekken en ook gevels, leidingstraten, hijsbalken en trappen worden begroeid met planten. De eerste resultaten van deze strategie zijn de daktuinen Anton en Gerard.

Op beide daken creëert hoge pioniersbeplanting een heel eigen, intieme wereld. Bijzonder is dat constructieve onderdelen en technische randvoorwaarden onzichtbaar zijn weggewerkt en geïntegreerd in de architectuur. Ondanks de extreem artificiële omstandigheden hebben de daktuinen hierdoor een zo natuurlijk mogelijke uitstraling en hoge belevingswaarde. Hier kunnen de bewoners op 34 meter hoogte wandelen door een berkenbos of zitten in een vlindertuin. Op de plekken met het beste uitzicht over de stad liggen terrassen. Een pantry, goed leeslicht, toiletten en wifi maken de tuinen voor de creatieve, hippe loftbewoners tot een tweede huiskamer.

TBS kliniek

Hoe richt je aangename buitenruimtes in voortbs-patiëntenbinnen de beperkingen van de vereiste veiligheidsnormen? Buro Lubbers nam de uitdaging aan en ontwierp voor een nieuw gebouwd forensisch psychiatrisch centrum in Almere buitenaccommodaties waar de patiënten alleen of in gezelschap, actief of inactief, in een rode (esplanade) of groene (patio’s) omgeving kunnen verblijven. Het achterliggende idee was om een aantal facetten van het buitenleven te repliceren binnen de muren van de kliniek. Zo resulteert de open structuur van vlakken en strips in uiteenlopende functies en sferen. Een sportveld wordt afgewisseld met moestuinen, een esplanade om te wandelen wordt aangevuld metzitbankjes eneen pingpongtafel. De patio’s bij de woonverblijven kunnen de patiëntenbeplanten in overleg met de tuintherapeute. In de toekomst worden op het terreinookkassen en dierenverblijven gerealiseerd. Op deze manier sluit hethumaneontwerp aan op het gedifferentieerdeen multifunctionele zorgprogramma van de Oostvaarderskliniek

Rijksarchief Limburg

Menig bezoeker van de oude stadsmuren en parken in Maastricht is er met de wandelgids in de hand langs gekomen. Aangetrokken door de vlindertuin en de
doodsboombeenderen heeft hij in één van de drie binnentuinen van het
Rijksarchief even kunnen ontsnappen aan het hectische bestaan als toerist.
Nieuwsgierig geworden heeft hij wellicht ook geproefd van de sereniteit die
heerst op de ‘cour’ bij de ingang van het archief. Een enkele magnolia prikkelt
hier de zintuigen in een verder sobere omgeving. Dit in tegenstelling tot de
groene – en laatste – tuin gelegen aan het restaurant waar uitbundige kleuren
en bloeiwijzen door het jaar heen voor een wisselend beeld zorgen. Drie tuinen,
drie sferen; verschillende expressies die door materiaalgebruik en
architectonische context wel degelijk bij elkaar horen. Wie zou vermoeden dat
er onder deze lommerrijke stilteplekken meterslange archieven schuil gaan?

Veenhuizen

In het voormalige Drentse detentiedorp Veenhuizen is het landelijk Gevangenismuseum gevestigd. Waar het dorp tot 1981 alleen toegankelijk was voor gevangenen, personeel en hun gezin, kan iedereen zich nu verdiepen in de geschiedenis en actualiteit van het gevangeniswezen. Het museum is gevestigd in het voormalige Tweede Gesticht, een carrévormig gebouw in het hart van Veenhuizen. Buro Lubbers ontwierp de binnentuin en de directe omgeving van het museum op zo´n manier dat het roerige verleden van de plek nog herkenbaar is. Vlakken met grind en velden met gras wisselen elkaar af in een structuur die ruimte biedt aan een divers programma van tentoonstellen, spelen, theater en flaneren. De strenge geschiedenis van de plek wordt op een gevoelige wijze in balans gebracht met de hedendaagse wensen en behoeften van de museumbezoeker.

De Bisschoppen

Het moesten multifunctionele buitenruimtes worden, gebruiksvriendelijke plekkenwaar studenten, docenten en omwonendenelkaar kunnen ontmoeten, waar menin een rustige hoek kan studerenen waar van tijd tot tijd kleine optredens en manifestaties kunnen plaatsvinden. Met dit doel voor ogen ontwierp Buro Lubbers de binnentuin, de pleinen en de dakterrassenvan het nieuwe campuscomplex De Bisschoppen op de Uithof in Utrecht.Debuitenruimteszijnduidelijk aan elkaar verwant door de gezichtsbepalende houten elementendie dienenals zitplaatsen, boombakken, fietsenstalling of podium. Al deze objecten zijn van dezelfde houtsoorten enzijn op dezelfde manier afgewerkt met latten inverschillende breedtematen.Door de gevarieerde beplanting, de specifieke relatie met de architectuur en de hernieuwde bestemming van relicten uit de oude situatie, zijn de buitenruimtes omgevormd tot prettige, sociale ontmoetingsplekken. Zelfs met de vlinders is rekening gehouden. Op hun route tussen Utrecht en Amersfoort worden zij door de vlindervriendelijke vegetatie uitgenodigd op de dakterrassen van de studententorens.

Academietuin

Feestelijkheden rondom promoties, oraties en buluitreikingen trekken jaarlijks circa 300.00 bezoekers naar het Academiegebouw. Waar vroeger colleges werden gegeven, heeft het gebouw aan het Domplein in het centrum van Utrecht, nu vooral een representatieve functie. En dat blijkt ook uit de binnentuinen ontworpen door Buro Lubbers. Gedreven door ambitie zijn rond het Academiegebouw stijlvolle buitenruimtes ontstaan waar men elkaar kan ontmoeten, rustig een boek lezen of zelfs dineren. De strategie van de herinrichting was doeltreffend: de oude tuinen opschonen waardoor de monumentale architectuur tot haar recht komt en deze vervolgens met hoogwaardige materialen en veel aandacht voor detaillering opnieuw vormgeven. Ondanks het feit dat de tuinen van functie en omvang verschillen, zijn ze toch duidelijk aan elkaar gerelateerd doordat motieven over en weer terugkeren zoals bloeiende bomen, sobere verharding en sfeervolle verlichting. Kortom, de Universiteit Utrecht kan een fraai visitekaartje afgeven.

Antoniegaarde

Geurende lavendel en rozen, ruisend gras, stille vijvers en schaduwrijke bomen bepalen de sfeer in de binnentuin van het woonzorgcentrum Antoniegaarde. De beleving van de ouderen moest voorop staan. Daarom zijn verschillende vlakken in de tuin ingericht met planten die de zintuigen prikkelen. Comfortabel meubilair en sfeervolle verlichting nodigen de bewoners overdag en ’s avonds uit elkaar te ontmoeten, rustig te verpozen of de krant te lezen aan een lange tafel. De inrichting, het samenspel van karakteristieke oude elementen en de nieuwe architectuur van het complex, een afwisselende hoogwaardige stedenbouwkundige indeling en de tot de laatste steen gedetailleerde buitenruimte maken de Antoniegaarde tot een unieke plek. Een oase van rust in de stad.

Bibliotheektuin Deventer

Deventer heeft een nieuwe bibliotheek, een open en licht gebouw in de oude binnenstad. Met het nieuwe gebouw kwam er ook een tuin, een bibliotheektuin. Beide zijn een marktplaats voor kennis en inspiratie, uitwisseling en ontmoeting. Zoals de grote glazen puien zich naar de stad openen, zo biedt de tuin een uitnodigende entree en een prettige ontmoetingsplek onder een enorme bruine beuk. Buro Lubbers ontwierp de tuin; BiermanHenket het gebouw.

De tuin voegt zich in het stedelijk weefsel en sluit met zijn inrichting aan op het aangrenzende Lamme van Dieseplein, ook ontworpen door Buro Lubbers. De basis bestaat uit een tapijt van gebakken klinkers waar verhoogde plantborders van hardsteen aan toegevoegd zijn. De plantbakken dienen tevens als zitbank. Bij het café-restaurant bevindt zich een groot terras. Daar waar het de architectuur raakt, wordt het tapijt onderbroken: boven op de parkeerkelder en bij de tribune richting de monumentale Proosdij. Deze plekken zijn met hardstenen tegels ingericht en sluiten daarmee aan op de bibliotheek. Binnen en buiten zijn verbonden.

Hoofdrolspeler in de tuin is de beuk van 138 jaar en 20 meter hoog. Vanuit de bibliotheek is deze gigant een echte blikvanger. De beplanting in de tuin gedijt goed in zijn schaduw. Het resultaat is een lommerrijke plek voor ontmoeting en verblijf.

Tuin Avans Hogeschool

Buro Lubbers heeft een ontwerp gemaakt voor de herinrichting van de tuin bij de Avans Hogeschool in ’s-Hertogenbosch in het kader van een uitbreiding van het gebouw met een nieuwe vleugel. Het ontwerp voorziet in multifunctionele buitenruimten bestaande uit vier tuinen, drie dakterrassen en een brug die de terrassen en tuinen met elkaar verbindt. Het nieuwe ontwerp heeft ten doel de relatie tussen binnen en buiten te versterken in zowel ruimtelijk als programmatisch opzicht. Zo is de strikte, kamvormige geleding van de bouwvolumes in de buitenruimte doorgezet waardoor een heldere zonering is ontstaan van de dakterrassen, de brug en de tuinen. In programmatisch opzicht dienen de nieuwe buitenruimten, die voorheen nauwelijks werden gebruikt, een aanvulling te zijn op de gebouwen. Daarom zijn verschillende interieure functies exterieur gemaakt. Er is een dakterras voor technische experimenten en opstellingen, een practicumeiland is geschikt voor buitenlessen en de tuinen nodigen uit tot ontmoeten en studeren in de buitenlucht.