Wonen

Voorburg

Zorgpark Voorburg is onderdeel van een reeks landgoederen, buitens en gestichten gelegen aan de zuidoostzijde van Vught langs de Boxtelseweg, parallel aan de A2. Deze reeks wordt gekenmerkt door historische relicten als kasteeltjes, landhuizen, villa’s, bomenlanen, waterpartijen en parkgebieden. In aansluiting met deze bijzondere reeks, heeft

Buro Lubbers een masterplan, een landschappelijk raamwerk opgesteld voor Zorgpark Voorburg. Door Voorburg bovendien te verbinden met (recreatieve) routes in de omgeving, krijgt dit deel van Vught meer betekenis. De basis van het masterplan ligt zowel in de landgoedachtige setting van het park als in het conceptuele onderscheid tussen een openbaar en openliggend parkdeel. Binnen het landschappelijk raamwerk kunnen op korte, middenlange en lange termijn verschillende stedenbouwkundige ontwikkelingen plaatsvinden. Buro Lubbers staat in voor het uitwerken van bepaalde deelgebieden van het masterplan en voert bovenal de supervisie om de beeldkwaliteit van het totale zorgpark te bewaken.

Quinten Matsyslaan

Tijdelijke woningbouw hoeft niet ten koste te gaan van ruimtelijke kwaliteit en woonplezier. Dat bewijzen twee nieuwe bouwblokken aan de Quinten Matsyslaan in Eindhoven. Buro Lubbers ontwierp een stedenbouwkundig plan voor 43 flexibele prefab-woningen rond twee groene hoven. Vanwege de geluidscirkel van DAF staan de woningen er maximaal tien jaar. Een slim en creatief antwoord op bouwrestricties en het nijpende woningtekort onder spoedzoekers.

Een kashba-achtige verkaveling heeft geresulteerd in een doorwaadbaar binnengebied met een zeer groene inrichting. Verspringende bouwhoogtes, accenten op de hoeken, speelse doorgangen en doorkijkjes zijn beeldbepalend. De standaard conceptwoning die het beste aansluit op de kwalitatieve en kwantitatieve stedenbouwkundige uitgangspunten, is de Cubestee van Onix, bleek na een vergelijkende studie van zes woonmodellen. De kubuswoningen zijn prima bouwstenen voor het nieuwe groene buurtje. Door te schakelen en stapelen is één architectonisch gebaar ontstaan aan de Quinten Matsyslaan. Het vele groen op de gevels, in de hoven en aan de straat creëert bovendien een sterk imago. Zo geeft de tijdelijke woningbouw ook een kwaliteitsimpuls aan zijn omgeving.

Strijp R

Strijp R, het terrein waar vroeger de beeldbuizen van Philips werden geproduceerd, wordt momenteel omgevormd tot een voor Eindhoven unieke en vernieuwende woonwijk: groen en ruimtelijk. Het landschappelijke en industriële geheugen van de plek vormt de belangrijkste drager van het stedenbouwkundig plan van R, dat Buro Lubbers in directe samenwerking met diederendirrix architecten ontwierp. Het plan voorziet in een sterk landschappelijk kader, waarin relicten van gebouwen, materialen en bestaande bomen een belangrijke rol spelen. De bestaande groene bomenrand rondom het terrein wordt getransformeerd tot een zoompark, de historische diagonale lijn tot een schakelpark. De bebouwing reageert op het onderliggende orthogonale grid. Op sommige plekken wordt bebouwing of parkeren ingezet als geluidkering of als afdekking van vervuilde grond. Duurzaamheid in inventiviteit van de oplossingen staan in dit plan voorop. Hoe ziet het streefbeeld eruit? Een omsloten, spannend groenstedelijk woonmilieu, informeel en autoluw, tussen binnenstad en buitengebied. Een geheimenisvolle wijk die Eindhoven nog niet kent.

TU-Noordcampus

Delft krijgt er een nieuwe campus bij. Tussen de oude binnenstad en de andere
universiteitsterreinen wordt een levendig, stedelijk gebied gerealiseerd
voor wonen, werken en studeren. Zowel studenten en medewerkers van de
Technische Universiteit vinden hier hun plek als creatieve bedrijven en
inwoners van Delft. Buro Lubbers heeft het stedenbouwkundig plan en het terreinontwerp opgesteld. Het huidige binnengebied van TU-Noord ontbeert een heldere structuur, gebruiks- en verblijfskwaliteit. Het
fungeert als restgebied. De nieuwbouw van het International Student
House (ISH), de revitalisatie van oude universiteitsgebouwen en de
herinrichting van de stedelijke ruimte brengen hier verandering in. De nieuwe identiteit van de campus wordt ontleend aan zijn historische kwaliteit en groene karakter. Door het verbeteren en toevoegen van routes en toegangen wordt de campus goed doorwaadbaar en optimaal verbonden met zijn omgeving. Het binnengebied krijgt een logische structuur met een heldere sequentie van ruimtes: een plein, een hof en een park. De nieuwbouw vormt een duidelijke schakel tussen deze ruimtes. Het plein met daaraan gekoppeld een horecagelegenheid functioneert als centrum en ontmoetingsplek van de campus.
Het park heeft zowel een stedelijke als een ecologische en
waterbergende functie. Op de hogere, drogere delen bevinden zich routes
en verblijfsplekken; in de lagere, natte delen wordt water geborgen. Gradiënten in het waterrijke gebied en specifieke beplanting maken het park interessant
voor flora en fauna. Het is de groene parel van de campus.

Van een enclave in de stad transformeert de campus tot een aantrekkelijke verblijfs- en ontmoetingplaats. TU-Noord zal zich ontwikkelen tot een dynamische plek in een groene setting met alle kwaliteiten die horen bij een campus.

Klokkengieterij Aarle-Rixtel

Trots bekroont het monumentale pand van Klokkengieterij Petit & Fritsen de entree van Aarle-Rixtel. Verscholen achter het imposante poortgebouw ligt een terrein waar vanaf 1906 vele klinkende, blinkende klokken werden geproduceerd. Niet voor niets is de Klokkengieterij voor de bewoners van Aarle-Rixtel onderdeel van het geheugen en de identiteit. Nu er niet langer klokken worden gegoten, vraagt het gebied om een nieuwe toekomst. Juist de bestaande kwaliteiten van de plek en de gebouwen bieden unieke kansen om het te herontwikkelen tot een eigentijds woongebied met industriële allure dat het historische karakter, het aanwezige groen en de dorpse intimiteit koestert. Sloop van het industriële erfgoed is niet nodig, aldus het winnende ontwikkel- en ontwerpteam.

Het stedenbouwkundig plan benut de strikte tweedeling in de ruimtelijke structuur voor twee leefsferen: het industriële, veelzijdige Ambachtsterrein en het groene Dorpsbos voor gezinnen. De industriële hallen worden behouden en herbestemd tot appartementen. Nieuwbouw volgt de oorspronkelijke ruimtelijke structuur en zorgt voor een menselijke, dorpse schaal op het Ambachtsterrein. In het Dorpsbos verschijnen clusters van driekappers in villastijl. Volop in het groen vormen de woningen een zachte dorpsrand. Het resultaat is een woonmilieu dat de cultuurgeschiedenis van de Klokkengieterij viert en woonruimte biedt aan een diverse dorpsgemeenschap.

Eikenburg

Landgoed Eikenburg, een voormalig opleidingscomplex van de Broeders van de Liefde, ligt in wat ooit een productiebos was. De bijzonder identiteit van het landgoed wordt bepaald door zijn dynamische cultuurhistorische en landschappelijke ontwikkeling. Door de eeuwen heen is het landgoed voortdurend veranderd. Ook nu, want Woningstichting Trudo gaat het landgoed herontwikkelen. In de geest van de internaatschool van de broeders alsook hun latere voorzieningen voor maatschappelijke opvang, zorg en welzijn behoudt Eikenburg zijn sociaal-maatschappelijke status. De toekomst van Eikenburg staat in het teken van zorg, onderwijs en wonen. Buro Lubbers heeft hiervoor een ruimtelijke strategie opgesteld. Belangrijke uitgangspunten zijn behoud van het groene karakter, geen vergroting van het oppervlak bebouwing, respect voor de cultuurhistorie en het bevorderen van gemeenschapszin. De ruimtelijke structuur toont drie schillen: een open plek in het midden omzoomd door een parkbos en daaromheen een bos. Juist door het realiseren van nieuwe functies en programma’s kunnen de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van Eikenburg behouden blijven en zelfs worden versterkt. Eikenburg blijft dus sociaal en groen. De eerste fase van de herontwikkeling betreft de transformatie van het rijksmonumentale hoofdgebouw tot kloosterlofts met collectieve binnentuinen.

Belval Ouest

Het moesten multifunctionele buitenruimtes worden, gebruiksvriendelijke plekkenwaar studenten, docenten en omwonendenelkaar kunnen ontmoeten, waar menin een rustige hoek kan studerenen waar van tijd tot tijd kleine optredens en manifestaties kunnen plaatsvinden. Met dit doel voor ogen ontwierp Buro Lubbers de binnentuin, de pleinen en de dakterrassenvan het nieuwe campuscomplex De Bisschoppen op de Uithof in Utrecht.Debuitenruimteszijnduidelijk aan elkaar verwant door de gezichtsbepalende houten elementendie dienenals zitplaatsen, boombakken, fietsenstalling of podium. Al deze objecten zijn van dezelfde houtsoorten enzijn op dezelfde manier afgewerkt met latten inverschillende breedtematen.Door de gevarieerde beplanting, de specifieke relatie met de architectuur en de hernieuwde bestemming van relicten uit de oude situatie, zijn de buitenruimtes omgevormd tot prettige, sociale ontmoetingsplekken. Zelfs met de vlinders is rekening gehouden. Op hun route tussen Utrecht en Amersfoort worden zij door de vlindervriendelijke vegetatie uitgenodigd op de dakterrassen van de studententorens.

Eemhaven

Nadat industriebedrijvenverdwenen waren, lag de Eemhaven er lang verwaarloosd bij. De verblijfskwaliteit bereikte een dieptepunt, totdat de gemeente Amersfoort besloot omde strategisch gelegen locatie te herontwikkelen tot een aantrekkelijk havengebied met nieuwe functies voor wonen, recreatie en kleinschalige bedrijvigheid. Bovendien diende de havenals een zelfstandig gebied te worden ontworpen dat tegelijkertijdde historische binnenstad en het stadsdeel Eemkwartier met elkaar verbindt. Met dit doel voor ogen maakteBuro Lubbers een structuurschets eneen inrichtingsplan.Het concept: één haven, twee kades.Het gekanaliseerde riviertje is ontworpenals één groen-blauwe lijn die doorloopt tot aan het centrum en waarin nesten aan het water dienen als bijzondere elementen. Eenheid tussen de kades ontstaat door eenzelfdeingetogenmaterialisering. Verschillen worden vooral uitgedrukt door de kadewanden en het gebruik van hetwater. Het resultaat is een nieuwe ankerplaats voor pleziervaart, een fraaie locatie om een terrasjetepakken onder de bomen of te flaneren op de kades.

GZG Terrein

De binnenstad van ’s-Hertogenbosch wordt uitgebreid met het GZG-terrein, een nieuw gebied voor cultuur, wonen en werken. De ontwerpers stonden voor de vraag hoe een gebied van vijf hectare aan te sluiten op de historische binnenstad en het tegelijkertijd een hedendaagse invulling en uitstraling te geven. De historische locatie met veel groene en grijze monumenten – bomen en architectuur – diende als uitgangspunt voor het masterplan.
Zo worden waardevolle bomen bewaard en aangevuld met nieuwe aanplant. Historische architectuur wordt afgewisseld met hedendaagse; kleinschalige woongebouwen met grote publieke gebouwen, zoals een nieuwe bibliotheek. Een fijnmazig geheel van kleine steegjes en doorkijkjes verbindt de nieuwe en oude stad. Belangrijke schakels daarin zijn een aantal nieuwe pleinen, waaronder hét cultuurplein voor de stad, een voetgangers- en fietsbrug over het kanaal en de toevoeging van een nieuwe vaarstroom: de Nieuwe Dieze. Daar waar nu nog een ziekenhuis staat, verrijst straks een nieuw stadshart, harmonieus en bovenal groen

Beers vianen

Het buitengebied tussen Beers en Vianen is aan verandering onderhevig. De gemeente Cuijk wil het gebied revitaliseren door ruimte te bieden aan nieuwe ontwikkelingen. Tegelijkertijd wil ze de landschappelijke kwaliteit en de leefbaarheid behouden en waar mogelijk versterken. Deze ambitie biedt mogelijkheden voor nieuwe functies als wonen, recreatie, bedrijvigheid, zorg, als ook voor alternatieve landbouwvormen en nevenactiviteiten voor boeren. Alle nieuwe activiteiten moeten evenwel passen binnen het karakter en de schaal van het landelijk gebied. Buro Lubbers heeft hiertoe een integrale gebiedsvisie ontwikkeld.

De gebiedsvisie streeft naar het creëren van een vernieuwd kampenlandschap. Door landschappelijke elementen toe te voegen en daarmee het landschap te verdichten, ontstaat een stevig groen raamwerk waarbinnen toekomstige ontwikkelingen moeiteloos kunnen worden ingepast. Waar voorheen lange zichtlijnen door het gebied liepen, waarin alle dissonanten zichtbaar waren, worden deze nu opgenomen door landschappelijke elementen die de blik sturen. In functioneel opzicht is het toekomstbeeld een gebied met een agrarisch karakter verrijkt met natuur-, recreatie-, woon- en werkfuncties. Een optelsom van verschillende ingrepen toont uiteindelijk de eigenheid van het gebied: kleinschalig, afwisselend en groen.